Ken uw fauna: Vogels – De Gele troepiaal (Icterus nigrogularis curasoensis)

This post is also available in: Engels, Papiamentu.

Icterus nigrogularis curasoensis

Icterus nigrogularis curasoensis

Als een rijpe gele mango zit de vogel in de boom, zijn felgele veren steken af tegen de grijzige ondergrond van de droge mondi. Niet alleen de felgekleurde veren maar ook het geluid wat de vogel maakt is opvallend, het is bijna te vergelijken met een kort hoesterig blaffen. De naam Trupial Kachó in het Papiaments, dat vrij vertaald kan worden als de Hondtroepiaal, lijkt dan ook niet vergezocht. Er zijn weinig mensen die beseffen dat de Gele troepiaal, oftewel Trupial Kachó, een zeer kundig zanger is, en dat de dieren naast het blaffen de meest prachtige riedeltjes kunnen produceren. Als de mens niet kijkt!

Op Curaçao kennen we 2 vogelsoorten die als troupiaal te boek staan, de gewone troepiaal, Troupial of oranje troupiaal (Icterus icterus) en de Gele troupiaal, Yellow Oriole of Trupial Kachó (Icterus nigrogularis curasoensis). Een soort die een wetenschappelijke naam heeft met 3 woorden wordt ondersoort genoemd, een type dat zodanig van de ‘originele’ soort verschilt dat het te boek staat als anders, als een in ontwikkeling zijnde nieuwe soort. De Gele Troepiaal komt ook voor op Bonaire en op Aruba, waar ze het dier liefkozend Gonzalito noemen. In het boek ‘Birds of the Netherlands Antilles’ van Voous uit 1983 wordt geschreven dat de naam Icterus nigrogularis curasoensis word gebruikt voor de vogels op alle drie de eilanden. Ondanks dat de vogels er op Aruba ietsje anders uitzien dan die op Bonaire en Curaçao. In de endemische soortenlijst van A. Debrot uit 2006 is te lezen dat de dieren die behoren tot de ondersoort Icterus nigrogularis curasoensis alleen op Curaçao voorkomen. In de allernieuwste vogelpublicatie van De Boer, Newton en Restall uit 2012 staat deze ondersoort van de Gele Troepiaal te boek als voorkomend op alle drie de Benedenwindse eilanden.

Een traditioneel nest van de Gele Troupiaal gemaakt met organische vezels.

Een traditioneel nest van de Gele Troupiaal gemaakt met organische vezels.

Kunstige nestenbouwers

De gele troepiaal maak geweldig complexe nesten, langwerpige zakken die vaak aan een dun takje worden bevestigd en waarin de eieren en jongen door de wind worden gewiegd. De nesten zijn minsten zo complex als de rieten manden die gevlochten worden door de mens, maar om het nest te bouwen worden slechts de snavel en de poten van de vogel ingezet.

De hangende nesten vormen een perfecte manier om de jonge vogels veilig te stellen. De nauwe ingang bovenin het nest maakt het een praktisch onneembare vesting voor geslepen boeven, zoals de Oranje Troepiaal (Icterus icterus), die altijd wel een eitje of kuikentje lusten. Over het algemeen zal dezelfde nestlocatie keer op keer opnieuw worden gebruikt, maar het nest zelf wordt wel volledig herbouwd. Broeden in een muf, tweedehands nest is er niet bij! De locatie is zorgvuldig uitgezocht, bij voorkeur boven een weinig uitnodigend substraat. Allemaal strategieën om het de rovers zo moeilijk mogelijk te maken. De beste moderne plek is vlak boven een weg, natuurlijk.

Niet alle rovers worden met de nesten om de tuin geleid. De invasieve uitheemse Shiny Cowbird (Molothrus bonariensis) eet dan wel geen eieren en jongen van de Gele Troepiaal, maar het is een parasitaire broeder. Dat wil zeggen dat de zwarte glanzende vogels een nest van een Gele troepiaal uitzoeken waar reeds eieren in gelegd zijn. Daar legt de cowbird dan een eigen ei bij. Wanneer de kuikens uitkomen, zal het kuiken van de Cowbird altijd groter zijn dan het eigen kroost van de Gele Troepiaal, en het er niet bij behorende jong doet zijn uiterste best om de jongen van de troepiaal het leven zuur te maken.

Een jonge Gele Troepiaal met een ouder.

Een jonge Gele Troepiaal met een ouder.

Omdat de snavel groter is en de kleuren aan de binnenkant van de snavel feller, hetgeen zorgt voor de prikkel bij de moeder om eten net in dat bekje te duwen, zal dit jong al het eten naar zich ‘toe trekken’. De echte jongen sterven van de honger en de Gele Troepiaal vliegt zich een ongeluk om een uitheems jong in leven te houden. Dit gedrag is ook te zien bij Europese koekoeken maar is altijd onbekend geweest op Curaçao. De Gele Troepialen zijn er (nog) niet tegen opgewassen, en lijden onder deze invasie. Vele inwoners van het eiland die een oogje hielden op de Gele Troepialen in tuinen meldden dat de hoeveelheid troepialen die gezien werden in de urbane delen van het eiland, steeds minder werden. Concrete cijfers van de aantallen Gele Troepialen zijn er echter niet.
Individuele natuurliefhebbers hebben hun uiterste best gedaan om de Shiny Cowbird te minimaliseren op het eiland, en richtten zich daarbij vooral op de urbane gebieden als woonwijken in zowel Bandariba als het midden van het eiland. Gericht onderzoek naar de daadwerkelijke impact van de Shiny Cowbirds en, bij gebleken impact, de meest effectieve methoden om de populatie duurzaam in te dammen is echter nooit uitgevoerd.
De Shiny Cowbird is nog steeds aanwezig op het eiland en er worden nog steeds meldingen gedaan van invasies van nesten van Gele Troepialen. Sommige biologen verwachten echter dat met de tijd de troepiaal door gaat krijgen dat er iets mis is met het jong in het nest en deze dan uit het nest verwijderen of gaan negeren. Een natuurlijke gedragsontwikkeling waarbij de Shiny Cowbird niet meer met 100 procent succes kan parasiteren op andermans zorginstinct. De tijd zal het leren.

Een nest gemaakt van 'moderne' vislijnen.

Een nest gemaakt van ‘moderne’ vislijnen.

Moderne invloeden

Als je over de weg tussen Willibrordus en Fontein rijdt, dan kom je op gegeven moment een over de weg hangende boom tegen waar telkens minstens twee nesten te vinden zijn van Gele Troepialen. Heb je even de tijd om de nesten te observeren dan is dat zeker de moeite waard. Want niet alleen de locatie van de nesten is zeer modern, de dieren hebben ook uitgevogeld, dat de mens superieure nestmaterialen had uitgevonden. Stukjes nylon visdraad, en strengen uit synthetisch touw zijn makkelijk om mee te werken en duurzamer dan de ouderwetse organische materialen waar ze het vroeger mee moesten doen. De nesten op Banda’bou zijn gemaakt van uit elkaar gesloopt nylon touw, met een helderblauwe kleur. Bij de Sint Jorisbaai hangen ook zeer moderne constructies. Deze zijn echter gemaakt van vislijn en de nesten zijn gecombineerd groen en wit van kleur, afhankelijk van de vislijnen die door vissers werden achtergelaten in en bij de baai.
Kijk in het vervolg maar eens goed naar zo’n nest, mocht je er eentje tegenkomen. De staaltjes van engineering van de ‘moderne Gele Troepiaal’ zijn makkelijk te onderscheiden van wat de grijze massa van de Gele Troepiaal maatschappij presteert.

Insecteneters met een neus voor fruit

Het menu van de Gele Troepiaal bestaat voor het grootste deel uit insecten zoals torren, sprinkhanen en vliegen. Maar als er een rijpe vrucht te vinden is dan is het dier zeker van de partij. Leg wat rijpe bananen neer op een voedertafel en de kans is groot dat een Troepial Kachó ervan komt snoepen. Ook andere zoete vruchten in de natuur zoals cactusvruchten, mispels, mango’s, cactusvruchten, shimaruku en oba worden graag gegeten als ze voorhanden zijn. Maar ook zaad staat op het menu van de dieren, zowel zaad uit cactusvruchten als zaad dat op voedertafels wordt uitgespreid, en ook een stukje brood wil er nog wel eens ingaan.
Vooral in de droge periode hebben de dieren het moeilijk. En met het steeds verder oprukken van de kaalslag op het eiland waarbij bomen en andere planten, die voor de noodzakelijke vruchten zorgen in een insectenarme periode, worden verwijderd met bulldozers hebben de vogels het over het algemeen moeilijker gekregen en de Gele Troepiaal is daarop geen uitzondering. Een voedertafel in de tuin met daarop wat fruitresten, waar vliegen op af komen, vogelzaad en een waterbakje kan een nuttig steuntje in de rug zijn voor de dieren. En daarnaast levert het ook prachtige natuurmomenten op.

Michelle da Costa Gomez

About Michelle da Costa Gomez