Me and my bats: Dr. Sophie Petit (2)

This post is also available in: Engels.

Vleermuis-cactus interactie – 20 jaar vleermuisonderzoek op Curaçao!

In dit artikel het tweede deel van het interview wat we met Dr. Sophie Petit hadden (klik hier voor het eerste artikel) met de verdere ontdekkingen over de relatie tussen vleermuizen en cactussen op Curaçao, het werk waar Petit nu mee bezig is in Australië, haar werkzaamheden tijdens haar verblijf op Curaçao gedurende afgelopen augustus, en wat de toekomst brengt.

Een bezoekje! Bestuiving is een feit voor deze bloem, alhoewel de bloem nog meer bezoekjes nodig heeft…

Zonder cactus geen vleermuis, zonder vleermuis geen cactus

De bloem van cactussen bestaat uit een groot aantal ovulaire organen die elk kunnen ontwikkelen tot een zaad, mits er bevruchting plaatsvindt. Het vruchtvlees van de vruchten is in feite het verbindende weefsel van het zaad met de plant. Hoe meer vleermuizen de bloemen bezoeken, hoe meer ovulaire organen er worden bevrucht, hoe meer zaad zich zal ontwikkelen en hoe groter de vruchten worden. Wanneer het regenseizoen begint, worden de vruchten kleiner omdat ze minder vaak bezocht worden.
Vleermuizen zijn essentieel voor de voortplanting van cactussen, maar hoe essentieel zijn de cactussen voor de overleving van vleermuizen? Daarvoor deed Petit een dieetstudie, waarbij ze stuifmeel-monsters nam van hun vacht en ook keek naar de inhoud van de excreties van de dieren. Daarbij bleek dat een enorm groot deel van de Leptonycterus vleermuizen alleen maar cactus producten, waaronder stuifmeel en vruchten, in het menu had. Glossophaga foerageert op meerdere bloemen en vruchten dragende planten, vliegt niet zo ver als de andere soort, en blijft veelal in de omgeving van waar het dier overdag verblijft. De conclusie was dan ook snel getrokken: cactussen zijn essentieel voor overleving van vleermuizen op het eiland.

Kinderen opvoeden: kostbaar qua energie!

Kindjes krijgen de limiterende factor

Het aantal vleermuizen op het eiland is voor alle soorten beperkt. Het geringe oppervlak van het eiland gecombineerd met weinig beschikbaar voedsel zorgt ervoor dat er voor wat betreft de beide nectar etende vleermuizen niet meer zijn dan rond de 1200 dieren per soort. Voor de Glossophaga’s ligt het aantal iets hoger dan voor de Leptonycterussen.
Vleermuizen zijn zoogdieren. Ze baren levende jongen, ondersteboven hangend waarbij de pups in de vleugels worden opgehangen, en zogen hun jongen met moedermelk. Het produceren van melk is een energetisch zeer zware bezigheid waarvoor de dieren veel meer voedsel moeten vinden. Het onderzoek van Dr. Petit wees uit dat de piek van vleermuizengeboorten exact plaatsvindt op het moment dat er een piek is in de productie van cactusbloemen. Ook hiermee wordt de sterke verbondenheid van de beide vleermuissoorten met de cactussen op het eiland duidelijk. De twee groepen hebben een sterk mutualistische relatie, waarbij ze elkaar over en weer nodig hebben en zonder elkaar geen van beide kunnen overleven op het eiland.

 
Uit onderzoek wat Petit deed met Drs. Leon Pors werd duidelijk wat de zogenaamde ‘carrying capacity’ was voor de vleermuizen, het aantal vleermuizen wat de natuur kan onderhouden op het eiland. Daarvoor was het nodig om te achterhalen welke periode in het jaar de kritieke factor was voor het aantal vleermuizen wat hier kan overleven. Dat was de maand juli, exact de maand dat de dieren jongen baren en zogen. De beide onderzoekers keken naar verschillende zaken, waaronder de hoeveelheid cactussen die er waren op het eiland, onder andere met behulp van luchtfoto’s, en de hoeveelheid voedsel die deze produceerden. Dit, naast de hoeveelheid energie die de vleermuizen nodig hebben. In de maand juli, meestal de droogste maand van het jaar, is er vrijwel niets anders aan voedsel te vinden voor de dieren dan cactusbloemen en vruchten. Met een ecologisch model kon uitgerekend worden hoeveel vleermuizen er onderhouden konden worden met de bestaande voedselbronnen en dat bleek precies het aantal te zijn wat uit de tellingen naar voren kwam. En dat terwijl de vleermuizen in de werkelijkheid weinig toegang hebben tot de vruchten, omdat deze voor het merendeel al worden opgegeten door andere dieren voordat ze rijp worden. Een cactusvrucht moet rijp zijn, wil een vleermuis zich eraan wagen. Een anekdote van Petit illustreert dat de vleermuizen dol zijn op cactusvruchten en dit ook zullen eten wanneer dat kan. Bij het vangen van een vleermuis voor onderzoek, werd het dier in een juten zak gestopt en bij het openmaken leek het even of het dier zo ernstig verwond was dat het helemaal onder het bloed zat. Niets was minder waar. Het dier had een aantal datu vruchten gevonden die rijp waren en had zich bijna tot ploffen toe volgevreten met de vruchten. ,,Ze zijn er dol op, en zullen als ze deze vruchten kunnen vinden er ook altijd van eten”, zegt Petit daarop indicerend dat het een opluchting was te realiseren dat het dier niet gewond was.
Met de kloppende cijfers was het al snel duidelijk dat het systeem op carrying capacity was, het eiland had het maximale aantal vleermuizen wat de natuur kon handhaven middels de cactussoorten.
Er waren verschillende onderdelen aan dit onderzoek, naar de vruchten en de hoeveelheid die de kans krijgen om te rijpen. Een ander onderdeel was het onderzoek naar het cactuszaad, wat werd gedaan door Drs. Anna Rojer en waarbij werd gekeken naar de kiem effectiviteit van het zaad. Daar werd al snel duidelijk dat zaden uit onrijpe vruchten nauwelijks tot helemaal niet ontkiemden.

Sophie Petit gedurende een video-opnamesessie

Inheemse planten zijn deel van de identiteit

Bij het bezoek van Petit aan het eiland afgelopen augustus bleef het niet bij een vakantie. Petit werkte samen met Pors en Rojer aan nieuwe wetenschappelijke publicaties, voerde een complete bat survey uit om de aantallen vleermuizen weer vast te stellen en te kunnen vergelijken met de cijfers van de laatste 20 jaar, gaf een gratis lezing voor het algemeen publiek over de carrying capacity, werkte aan een nieuw boek en legde in HD video opnames alle informatie over cactussen vleermuizen vast voor een nieuw educatief programma van Curaçao Footprint Foundation.
De tellingen leverden een positief resultaat op, de aantallen zijn hetzelfde gebleven en in sommige gevallen iets beter dan 5 geleden. ,,Er zijn veel voedselbronnen op het moment door de vele natte jaren die er achter elkaar zijn geweest. Daardoor zijn er veel meer insecten te eten voor de insectenetende vleermuizen en naast cactussen ook veel andere voedselbronnen voor de nectar etende vleermuizen”, aldus Petit. Van de insecteneters weet ze naar haar eigen mening nog lang niet genoeg en wil zich in de toekomst graag richten op meer onderzoek naar deze dieren voor gericht management en bescherming.

 

Over de insecteneters van Curacao is niet veel bekend

Op het eiland zelf ziet ze veel verandering optreden in de laatste twee jaar, waarbij oprukkende ontwikkeling zonder oog voor de inheemse flora en fauna haar een doorn in het oog zijn. ,,We weten nu niet wat doorgaande ontwikkeling voor effecten heeft op nectar etende vleermuizen. De destructie van zuilcactussen zal effect hebben op de vleermuizen en de rest van de natuur. Nu ik na 5 jaar weer terug ben gekomen op het eiland ben ik onthutst dat nieuwe ontwikkelingen plaatsvinden zonder aandacht te besteden aan de inheemse vegetatie. Er is al zo weinig bodem op het eiland, door de inheemse vegetatie wat goed is aangepast aan het klimaat en weinig water nodig heeft weg te halen zorg je er alleen maar voor dat de geringe bodem ook nog eens wegspoelt. En wil je dan nieuwe planten neerzetten dan heb je heel veel water nodig. Er zijn meer dan genoeg mooie planten die aangepast zijn aan het klimaat, de inheemse planten, daar moet je trots op zijn, het zijn geweldige planten. Maar ik moet ook positief blijven want wat me opvalt is dat mensen nu veel beter op de hoogte zijn van de natuur dan 20 jaar geleden. Er is veel meer interesse voor en mensen willen meer weten, hebben een bewustzijn van de eigen identiteit ontwikkeld en vinden dat in de cultuur en de natuur van het eiland. Dat zie je niet vaak”, aldus Petit.

Een Pygmy Possum die meedoet aan wetenschappelijk onderzoek

Fiji en Australië

De rol van kleine zoogdieren in de bevruchting van planten is de passie van Petit. Nu ze verbonden is aan de Universiteit van Zuid Australië doet ze onder andere vleermuizen onderzoek op Fiji waarbij ze de rol van vleermuizen in de handhaving van het regenwoud aldaar onderzoekt en het belang van de dieren in de gezondheid van het woud.
Daarnaast doet ze onderzoek naar de Western Pygmy Possum, een zeer klein buideldier dat een zeer belangrijke bestuivingsrol speelt bij inheemse Australische planten waaronder de eucalyptusboom. ,,Het is een vleermuis zonder vleugels”, grapt Petit over het diertje wat het epitoom van schattigheid is.
Sophie Petit is nog niet klaar met Curaçao en zal wanneer dat ook kan verder gaan met onderzoeksprojecten op het eiland. Alles hangt af van de mogelijkheid om een sabbatical op te nemen bij de Universiteit. ,,Ik hoop terug te komen, maar het wordt wel steeds moeilijker om een sabbatical te krijgen”.
Petit is ondertussen verder gereisd naar de Verenigde Staten, en Mexico onder anderen.

Michelle da Costa Gomez

About Michelle da Costa Gomez