Reeds aanwezige en potentiele plagen

This post is also available in: Engels.

Onafhankelijk natuurwetenschappelijk onderzoeksbureau Imares in Wageningen waarschuwde al in maart van dit jaar voor de eventuele komst van de Agave Weevil, zo blijkt uit een rapport van het instituut wat in die maand werd gepubliceerd en is opgesteld door wetenschappers Gerard van Buurt en Adolphe Debrot. De Agave Weevil werd twee weken geleden voor het eerst ontdekt bij Coral Estate door een lokaal tuinbedrijf waarna een dag later de verspreiding van het dier over andere delen van het eiland werd geconfirmeerd. De Agave Weevil richt grote schade aan doordat het zowel uit- als inheemse agave soorten vernietigd en daarmee de voedselvoorziening van lokale fauna in de droge tijd in gevaar brengt.

De Rode Palmsnuitkever (Rhynchophorus ferrugineus) die reeds veel commotie veroorzaakte….

In maart publiceerde Imares een rapport getiteld ‘Introduced agricultural pests, plant and animals diseases and vectors in the Dutch Caribbean, with an alert species list’ waar in de lijst van soorten waarvoor gewaarschuwd werd de Agave Weevil werd genoemd, naast andere potentiële gevaren zoals de Mango Seed Weevil die mangopitten als voedselbron heeft en de Palmetto Weevil die palmen aantast die voor landscaping worden gebruikt. In de lijst met soorten waarvoor gewaarschuwd wordt staan ook soorten als ‘Formosan subterranean termite’ (Coptotermes formosanus), die niet alleen dood maar ook levend hout als voedselbron heeft en moeilijk te bestrijden is, de Red fire ant (Solenops invicta) die een gevaar kan vormen voor mensen, en de Aziatische Tijgermug (Aedes albopictus). Ook reeds geïntroduceerde plagen worden genoemd in het rapport zoals de Cubaanse tuinslak die ook op Curaçao voorkomt en een groot probleem kan vormen voor de landbouw, de Varroa mijt die op honingbijen zit en hen zeer aggressief maakt, en de Gele Koorts Mug.

In totaal worden in het rapport 47 exotische plagen, ziekten, parasieten en pathogenen naar voren gebracht die zich op een van de Nederlands Caraïbisch eilanden hebben gevestigd, Aruba, Bonaire, Curaçao, Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba. ‘De meeste plagen van landbouw zijn niet sterk gastheer-specifiek en zullen ook inheemse planten en/of dieren aantasten. Dit maakt het heel moeilijk om ze uit te roeien en controleren als de plagen zich eenmaal gevestigd hebben. Preventie en vroege uitroeiing is de sleutel’, aldus Imares in de samenvatting van het rapport.

Strenge controle nodig

De belangrijkste manier waarop de exoten binnen worden gebracht op de eilanden is volgens het onderzoeksinstituut de import van ongesteriliseerde aarde en plantaardig materiaal via containers, de import van sierplanten en via luchtvaart in het algemeen. Het instituut schat dat de economische kosten als gevolg van de opgelopen schade en beheersmaatregelen jaarlijks in de miljoenen lopen. ‘De economisch meest kostbare invasieve soort is de Gele Koorts mug, Aedes aegypti, een plaag en ziektekiem wat nauw geassocieerd is met de mens’.
‘De introductie van invasieve plagen gaat in een hoog tempo door in de Nederlandse Caraïben en maatregelen zijn urgent nodig om de toekomst kosten en risico’s in termen van economie en gezondheid te limiteren’.

Het onderzoeksteam raad dan ook aan om de import van sierplanten, waarvan de meeste overigens lokaal kunnen worden gekweekt zonder risico op nieuwe introducties, streng te beperken en controleren. Tevens wordt geadviseerd om de import van ongesteriliseerde voedingsmiddelen te beperken, een meer waterdichte controle te implementeren en geimporteerde containers profylactisch te vergassen. Strikte veterinaire controles op de import van dieren is de volgende stap. Daarvoor is wel een groter bewustzijn, ondersteunende wetgeving, samenwerking tussen douane agenten en importeurs en de aanwezigheid van een bioveiligheid team nodig die de autorisatie en de middelen heeft om op korte termijn in actie te komen.

De bijzondere snuit die het gat boort waarin de eieren van de kever worden gelegd. Nadat deze zijn uitgekomen raakt de palm in serieuze problemen, omdat de vraatzucht van de larven het binnenste van de palm transformeert in een tunnelsysteem. Tenminste, als er geen drastische maatregelen worden getroffen.

De aan het rapport toegevoegde preliminaire lijst met 21 potentiëel invasieve soorten waarvoor gewaarschuwd wordt is gebaseerd op ervaringen uit andere Caraïbische landen en bestaande handelsroutes en neemt ook in overweging of de soorten in aride klimaten, zoals de onze, kan overleven. Deze lijst behelst alleen de plagen en ziekten die van belang zijn voor landbouw, en niet de invasieve soorten die voor ‘gewone’ planten en dieren een probleem kunnen vormen, en zal periodiek moeten worden bijgewerkt. Tevens is het een handige tool voor de bioveiligheid teams om beheersplannen te maken en te zorgen dat insecticiden die het meest effectief zijn in voorraad aanwezig zijn mocht een plaag zich voordoen. ‘De introductie van de Red Palm Weevil op Aruba en Curaçao was totaal onnodig. Het was reeds bekend dat palmen uit Egypte geïnfecteerd waren en de meeste Europese landen hadden import van palmen uit het Midden Oosten reeds verboden. Een simpel importverbod was genoeg geweest om de soort buiten te houden. Het probleem is dat degene die winst boeken van onbeperkte import meestal niet dezelfde personen zijn als degene die er last van heeft. De palmen konden in Egypte gekocht worden voor 300 dollar per stuk en lokaal verkocht worden voor 5500 dollar per stuk en dat leverde een hoge winstmarge op, zelfs na aftrek van transport kosten, invoerrechten en vrijmakingskosten. En terwijl sommige importeurs palmen kwijt raakten is er een nieuwe markt ontstaan voor bepaalde insecticiden en ook een nieuwe markt voor andere landscaping bomen’, aldus Imares.

Mannelijke Shiny Cowbird (Molothrus bonariensis), ook op de zwarte lijst.

In het rapport ‘Exotic and invasive terrestrial and freshwater animal species in the Dutch Caribbean’ wat door dezelfde wetenschappers aan het eind van 2011 werd gepubliceerd worden 61 geïntroduceerde soorten gedocumenteerd en behandeld die op dit moment in het wild of semi in het wild op de eilanden leven, waarvan 12 exotische soorten zoogdieren, 16 soorten vogels, 13 soorten reptielen, 5 soorten amfibieën, 2 soorten zoetwatervissen, 3 soorten insecten, 2 soorten slakken en 8 exotische wormen. In deze lijst zijn geen soorten opgenomen die in het rapport van maart staan.

Ter voorkoming van andere introducties op de eilanden, en ter beheersing van de reeds op de eilanden levende exoten en invasieven raad het team in dit rapport aan ‘Invasive Species Management Teams (ISMTs)’ op alle eilanden op te richten om de douane te assisteren in de identificatie van ongewenste soorten en het voorkomen van ongewenste soorten. Daarnaast zou het team moeten helpen bij het verdelgen van planten ziekten en invasieve soorten, en regelmatig presentaties moeten geven aan de douane, pest control en tuinier bedrijven, natuurgroepen en het algemene publiek. ‘Het is heel belangrijk om contacten te onderhouden want de betrokkenheid van het publiek en feedback zijn de sleutel om nieuwe problemen snel te constateren. Daarnaast moet er een lijst van potentiële gevaren worden opgesteld en regelmatig bijgewerkt, moet het team contacten onderhouden met alle partners op de zustereilanden, regionale organisaties als de FAO, CABI en de USDA/Aphis. Ook een lijst met soorten waar een verbod op staat om in te voeren zal moeten worden opgesteld door het team. Er moeten initiatieven komen om tot wetgeving en de teams te komen en de teams moeten goed ingebed worden in beleidskaders. De eerste stap: de uitstippeling van een ‘Invasive Species Strategy and Action Plan (ISSAP)’, zo staat te lezen in het rapport.

De rapporten zijn te downloaden van de Imares site: rapport 2011, en rapport maart 2012.

Michelle da Costa Gomez

About Michelle da Costa Gomez