Natuurdagboek 6: Lokale vitaminebommen

This post is also available in: Engels.

In de bijna 9 maanden dat ik nu artikelen schrijf over de lokale natuur van ons kleine eilandje zijn er al heel wat vragen mijn kant opgekomen om eens iets te schrijven over de lokale vruchten van het eiland. Een terechte vraag, gezien de grote rol die lokale vruchten en vruchtbomen door de eeuwen heen hebben gespeeld voor de bevolking en het stukje eetcultuur wat is ontstaan en verrijkt door de jaren heen.
Mijn vader vertelt menig verhaal over het belang van deze, in de moderne tijd vaak achteloos genegeerde, vruchten voor de volksgezondheid in het algemeen en de hongerige buikjes van arme gezinnen in het bijzonder. Als opgroeiend jongetje in Maridol (Tussen Post 5 en 6) en zoon van een zeer driftige vader die vaak werkloos thuis zat, kwam het maar al te vaak voor dat de 12 jongens en meisjes van het gezin met honger naar bed gingen. De vruchtbomen in het hofje om het huis heen en in de omgeving, die nu voor het merendeel zijn verwoest door oprukkende ontwikkeling, waren de vitaminebommetjes die de redding waren voor deze kinderen. En over een aantal van deze bomen wil ik dan ook graag uitweiden. Te beginnen met de bekende en ook tot op heden veel geprezen tamarinde.

De bloesem van een tamarindeboom.

Tamarindus indica

Taxonomisch behoort de tamarinde tot het rijk van de planten, de stam van de landplanten, de klasse van de zaadplanten, de familie van de vlinderbloemenfamilie (de foto van de bloem maakt dit redelijk begrijpelijk) en de soort tamarindus indica,. Het is maar goed ook dat wetenschappers deze wereldwijd gebruikte Latijnse naam ervoor hebben gekozen want de populaire benamingen van de plant verschillen enorm. In 1753 is de plant wetenschappelijk beschreven door de bekende Linnaeus, die er dan ook trots met een hoofdletter L. een claim op legde.
In het Nederlands kennen we de plant en de vrucht als tamarinde, gebaseerd op het Engelse tamarind. De oorsprong van dit woord ligt hoogstwaarschijnlijk in de periode waarin Engelse Zeevaarders voor het eerst de kusten van Oman aandeden, op weg naar India. Daar aangekomen vroegen ze naar de vrucht die de basis vormde voor wat toen werd verpakt als donkerbuine kleverige pasta wat veel leek op rijpe dadels. De lokale bevolking vertelde dat het ging om de thamer hind, wat letterlijk vertaald Dadels van India betekent. De Engelsen tekenden het woord op als tamarind. In Indonesië heet de plant ‘asem’, in Hindi ‘imli’, in het Spaans ‘tamarindo’, in de Filipijnen ‘sampaloc’, in Ghana ‘dawadawa’ en op Curacao ‘tamarein’.

Afrikaanse lekkernij

De tamarindeboom komt oorspronkelijk uit Afrika, om precies te zijn Oost Afrika waar de plant, onder andere, inheems is in Sudan. Vanwege de al heel vroeg ontdekte eigenschappen en toepassingen die zowel het hout, de bladeren als de vruchten hebben heeft het zaad van deze boom zich over de hele wereld verspreid, dankzij de reislust van de mens. Dit is al gebeurd voordat de Europese ontdekkingsreizigers hun land verlieten om nieuw land the ‘ontdekken’. Omdat de plant uit tropische regionen kwam werd het overal in tropische landen gekweekt ook in landen waar het droog en heet was, iets wat de boom goed kan hebben. Ondanks dat het groeien niet hard gaat bij deze boom, kan het toch al binnen 4 tot 6 jaar de eerste vruchten produceren, en succesvolle grote bomen kunnen honderden kilo’s vruchten afleveren.

Historische tekening van de onderdelen van een tamarindeboom.

Er kan veel gedaan worden met de tamarindevrucht. Lokaal kennen we de warapa of tamarinde aftreksel, maar ook de tamarindestroop, tamarinde in de funchi en de tamarindesnoepjes. Weinig mensen weten echter dat tamarinde pulp een belangrijke smaakmaker is in de populaire worcestersaus. Daarnaast wordt het over de hele wereld, maar vooral in de Aziatische keuken, gebruikt in maaltijden als een specerij en ‘meat tenderizer’. De vruchten, de schors en de bladeren worden vaak medicinaal gebruikt. Ook op ons eiland is dat het geval, zo legt Dinah Veeris uit op haar website. Van het blad van de tamarinde wordt thee getrokken dat samen met het sap van een citroen wordt gedronken tegen de verkoudheid. Maar er zijn nog veel meer andere toepassingen van de plant tegen allerlei kwaaltjes. Er zijn bijvoorbeeld indicaties dat stoffen in de bladeren antibacteriele werkingen hebben en dat de vrucht een positieve invloed zou kunnen hebben op bloedsuiker- en cholesterolniveau. Er zijn echter nog niet genoeg gegevens over de invloeden op de mens om dit daadwerkelijk aan te tonen, maar velen zweren erbij. En zo zijn er tal van andere toepassingen in de verschillende landen waar de vrucht voorkomt en wordt gebruikt. De vruchtenpulp wordt niet alleen als voedsel of geneesmiddel ingezet, ook als schoonmaakmiddel of poetsmiddel van metalen. Daarnaast is het hardhout wat de boom produceert prima geschikt voor het maken van meubels en houten vloeren.

In veel landen wordt de vrucht commercieel gekweekt. Onder andere in India, waar het enorme hoeveelheden kilo’s per jaar produceert, maar ook in de Verenigde Staten, Brazilië, Costa Rica en Mexico. Het dient echter niet alleen als productie boom maar vaak ook als schaduwboom of als element in de landscaping bij huizen en parken.

Vaak heeft men het lokaal over zoete en zure tamarindebomen. Er schijnen een aantal bomen op het eiland aanwezig te zijn die, in vergelijking met de doorsnee tamarinde bomen, bijzonder zoete vruchten produceren. Het is mogelijk dat het hier om bomen gaat die afstammen van een Thaise gecultiveerde boom die speciaal is gekweekt om als vruchtenbomen te dienen, met vruchten die veel zoeter zijn dan de normale variant.

De peulen van de tamarinde in een waterrijk gebied op Curaçao. Op drogere locaties blijven de vruchten dikwijls kleiner en 'magerder'.

De bomen kunnen een grootte van wel 15 meter bereiken, en soms zelfs nog meer. Maar de plant groeit langzaam, en een boom van grote hoogte is dan ook vaak vrij oud.
De bladeren van de tamarinde zijn ovaalvormig en de vedervormige bladertakjes sluiten zich ‘s avonds, net als de bladeren van de Dividivi of de Wabi.

Het is vrij makkelijk om de zaden te planten. Dat kan door ze in een potje met aarde te stoppen, maar door de zaden heel kort te koken gaat de ontkieming nog sneller. Ook zaden die maandenlang op een droge plek zijn bewaard kunnen nog makkelijk ontkiemen. Door de jonge plantjes in goede omstandigheden op te kweken is het mogelijk binnen vier tot zes jaar de eerste vruchten aan de boom te krijgen. Dus plant eens een zaadje, u zult er geen spijt van hebben.

Michelle da Costa Gomez

About Michelle da Costa Gomez