Natuurdagboek 5: What’s in a name?

This post is also available in: Engels.

Er is altijd discussie over namen van planten en dieren, zowel onder de ‘gewone’ natuurliefhebbers die tijdens gesprekken en beschrijvingen gebruik maken van de populaire benamingen van de soorten, als de ‘in hogere sferen verkerende’ wetenschappers die alles met wetenschappelijke namen oplossen. Want, zo stellen ze, een wetenschappelijke naam in het Latijns is overal ter wereld hetzelfde, en er kan dus geen twijfel ontstaan over welke soort er bedoeld wordt.
Het gebruik van populaire namen veroorzaakt inderdaad vaak grote verwarring onder mensen. Want de namen van planten en dieren zijn vaak in elke taal anders. Het is soms zelfs zo ernstig dat in hetzelfde land verschil van mening is over de naam, daar de soort op één locatie op één manier wordt genoemd en op een andere plek in hetzelfde land compleet anders.

Bloeiwijze van de Karpata. Bovenaan bloeien de rode vrouwelijke bloempjes en onderaan de stengel de pluizoge beige mannelijke bloemen. Op deze manier kan er nooit stuifmeel vallen op de vrouwelijke bloemen en is de kans op zelfbevruchting klein.

Curaçaose naamsverwarring

Een mooi voorbeeld op Curaçao is de verwarring over de Amerikaanse Torenvalk. In het Papiamentu wordt het dier de ene keer een Falki genoemd en de andere keer een Kinikini. Men is het nu zo’n beetje eens dat het diertje correct kinikini heet, en dat de naam falki wordt gebruikt voor de witstaartbuizerds. In het Engels heet de kinikini de American Kestrel en is de witstaartbuizerd een White-tailed Hawk, een havik dus wat weer niet klopt met de Nederlandse benaming. De naam heeft overigens niet altijd te maken met de classificatie en de familie waar het dier toe behoort. De verwarring omtrent de torenvalk bestaat echter nog steeds onder eilandbewoners. In het Latijn hebben ze het opgelost door het dier Falco sparverius te noemen.

Een ander prachtig voorbeeld zijn de bekende zuilcactussen de Datu en de Kadushi. Nog niet zo lang geleden liepen we tijdens een workshop door Malpais met een aantal rangers van het Arikok National Park uit Aruba toen we enthousiast wezen op deze cactussen en de namen noemden. We werden bekeken alsof we niet goed bij ons hoofd waren, en dat waren we ook niet vanuit het oogpunt van de benamingen op Aruba. Want de Datu zoals wij die kennen wordt op Aruba Kadushi genoemd. En ga dan maar uitvechten wie gelijk heeft. Allebei dus, dus was het handiger over te switchen naar de wetenschappelijke naam Ritterocereus griseus, dat was tenminste zelfs in Tokio hetzelfde.
Toch is het geen rozengeur en maneschijn in de wereld van de wetenschappelijke namen, ook daar kennen de discussies geen weerga, vaak vanwege het feit dat onderzoek uitwijst dat bepaalde classificaties van soorten niet kloppen. Een naamsverandering is dan vaak het resultaat. Maar ook onenigheid over de benaming kan zorgen voor verandering.

What’s in a name?

Al met al zijn de populaire namen die voor planten en dieren worden gebruikt soms te gek om voor te stellen, en roepen wel eens de vraag op waar ze vandaan zijn gekomen. Het is niet moeilijk voor te stellen dat een naam als de Chuchubi, Papiamentu voor de Caribische Spotlijster, gebaseerd is op het geluid wat door het dier geproduceerd wordt. De toonladders die het fluit komen maar al te vaak dichtbij de chu-chu-bi. De Barika Hel, vrij vertaald geelbuikje, wat lokaal voor het suikerdiefje wordt gebruikt, is gebaseerd op het uiterlijk van het diertje, met de duidelijke gele buik.
Ook in de plantenwereld zijn de lokale namen vaak gebaseerd op het uiterlijk van de plant in kwestie. Een voorbeeld is de Bolcactus, wat in het Papiamentu Milon di Seru wordt genoemd, vrij vertaald de heuvelmeloen. Het uiterlijk wat op een meloen lijkt gecombineerd met het feit dat de soort in het verleden regelmatig te vinden was in heuvelachtige gebieden zijn debet aan de naam.

De groene zaden van de Karpata. Omdat de zaden het giftige Ricine bevatten is het aan te raden van deze zaden af te blijven. De toxiciteit van de zaden is een bron van discussie op de wereld, maar je kan vergiftigingsverschijnselen krijgen bij het inslikken ervan. Ook zichtbaar is een opgedroogd zaaddoosje van de Karpata, op het punt open te klappen.

Een ander mooi voorbeeld is de plant die in het Nederlands de Wonderolieboom of Castorolieboom wordt genoemd. In het Papiamentu wordt de plant de Karpata genoemd. Deze van origine Oost-Afrikaanse en Indiase plant wordt over de hele wereld gekweekt en is op vele plekken verwildert terug te vinden in de natuur. Ook op Curaçao is dat het geval en de plant is nu in grote getale te vinden op plekken waar met de oorspronkelijke natuur is gesold. Op bepaalde plaatsen kan de plant tot een klein boompje uitgroeien, maar op Curaçao blijft het meestal een struik van 1.5-2 meter hoog, wat in de droge periode afsterft.
De plant heeft een bijzonder bloeiwijze, de bloemen zijn of mannelijk of vrouwelijk. Daarbij staan de rode vrouwelijke bloemen boven de beige pluimige mannelijke bloemen. Heel handig aangezien beide typen bloemen tegelijkertijd bloeien. Op deze manier is het niet mogelijk dat het mannelijk stuifmeel op de vrouwelijk stampers vallen en de plant zo zichzelf bevrucht.

De Karpata zaden, een teek look-alike.

Als de mannelijke bloemen uitgebloeid zijn sterven ze af en vallen af. De vrouwelijke bloemen ontwikkelen zich tot grasgroene vruchtjes die op den duur uitdrogen en bruin worden. Wanneer ze goed uitgedroogd zijn, knappen de zaaddozen open om het zaad de kans te geven zich te ontwikkelen tot nieuwe planten. En het zijn deze zaden die de plant de beruchte naam karpata geven, wat Papiaments is voor teek. De zaden zijn op het eerste gezicht namelijk nauwelijks te onderscheiden van de dikke volgezogen teken die nog wel eens de honden op het eiland plagen. De Latijnse wetenschappelijke benaming voor deze plant is Ricinus communis, wat zoiets betekent als de gewone teek, aangezien de naam Ricinus het Latijnse woord voor teek is.
Uit deze zaden wordt de bekende castor olie gehaald, wat nu nog wordt gebruikt als brandstof en lampolie en vooral in het verleden als laxeermiddel werd ingezet.

Schunnig

Sommige populaire benamingen van soorten zijn ronduit schunnig te noemen. Zo is er het vettige kruid wat sterk naar dennebomen ruikt en groeit in vochtige gebieden zoals achter de mangroven te Sint Joris wat lokaal de Puta di luango wordt genoemd. Waar de naam precies vandaan komt is niet duidelijk, wel dat een deel van de naam een niet al te nette benaming is voor prostituee.

De Tonto di la reina, een beeldschoon bloemetje met niet zo nette naam.

Een nog grovere benaming in het Papiamentu behoort bij een zeer lieftallig bloempje wat met diep paarsblauwe bloemen met een helder geel en wit hart een fantastisch plaatje oplevert. De Latijnse naam van deze beauty zal al wel voor een optrekkende wenkbrauw zorgen: Clitoria ternatea. Wie naar de foto kijkt zal al snel realiseren waar het eerste deel van de naam op doelt. In het Papiamentu wordt het op Curaçao lieftallig de bonchi di kokolishi of schelpenboon, of Zapata di la reina genoemd. In de volksmond wordt het echter, ook op Aruba en Bonaire de Tonto di la reina genoemd, het ‘edele deel van de koningin’.
Oorspronkelijk is deze plant afkomstig uit Azie, waar het in veel gebieden wondereigenschappen wordt toegeschreven die van invloed zijn op de vrouwelijke voorplantingsorganen van de mens. Traditioneel werd het gebruikt om kwalen van de geslachtsorganen te genezen, zoals onvruchtbaarheid en seksueel overdraagbare aandoeningen, maar ook om de menstruatie afscheiding te reguleren en als seksueel stimulatie middel.

Populaire namen van planten en dieren kunnen een bron van hoofdpijn, ergernis, discussies en hilariteit zijn. Het zijn onderdelen van onze lokale cultuur en geven inzicht in de menselijke drang naar rangschikken.

Michelle da Costa Gomez

About Michelle da Costa Gomez