Natuurdagboek 4: Wie het kleine niet eert!

This post is also available in: Engels.

Een Egletes prostrata op de vlakte van San Pedro, bloeiend op een klein stukje aarde waar genoeg voedingstoffen inzitten voor de plant om te kunnen groeien en bloeien. De bloem zoals we die zien is in feite een collectie van allemaal individuele kleine bloemen bij elkaar.

Tijdens onze omzwervingen over het eiland in zowel woonwijken als natuurgebieden vinden we altijd wel wat leuks om te fotograferen, filmen of een stukje over te schrijven. Met onze laatste additie in foto equipment wordt het helemaal leuk om juist de kleine dingen waar je maar al te snel overheen stapt, of achteloos bovenop gaat staan, in het zonnetje te zetten. En pas als je deze leden van de lokale flora en fauna beter gaat bekijken met behulp van macro opnamen, ga je je realiseren hoe enorm divers de natuur op ons 444 vierkante kilometer tellend eilandje eigenlijk is, en hoe weinig we daarvan afweten en aandacht aan besteden. Zonde! Bij deze een kleine insight.

Close up van een Egletes prostrata

Een madeliefje?

Een van de omzwerving van de laatste tijd bracht ons naar de vlakte van San Pedro. De vele regen heeft van het normaal droge en stoffige landschap een gebied gemaakt met heel veel waterplassen, roodbruin gekleurd, en een vegetatie wat er groen en fris bijstaat en bloeit dat het een lieve lust is. Juist op deze vlakte, waar de leefomstandigheden door de schaarse voedingstoffen op de voor het merendeel uit kalksteen bestaande bodem, en de zoute zeewind bijna onleefbaar is, kom je verrassend leven tegen, als je goed op de grond kijkt. Het onwetend oog ontwaart dan misschien een klein plantje met opgekrulde blaadjes die er onopvallend uitziet, totdat er een plantje tussen zit met een klein bloempje met een geel hart en witte bloembladen die verdacht veel lijkt op een madeliefje.
Het plantje heet met de Latijnse wetenschappelijke naam Egletes prostrata en is dus geen  Bellis Perennis, wat de wetenschappelijke naam is van het madeliefje zoals die bekend is in Europa. Echter, de twee planten zijn wel verre familie van elkaar aangezien ze allebei tot de Asteraceae (Composietenfamilie) behoren.

Tekening van een lintbloem, waar de Egletes prostrata toe behoort. De gele individuele bloemen hebben allemaal een bloemkroon wat is vergroeid tot één bloemblad. A= het vruchtbeginsel, B= pappus (gereduceerde kelk in de vorm van haartjes wat kan uitgroeien tot pluisjes die zorgen voor verspreiding van het zaad), C= helmhokjes (deel van de stuifmeeldraad), D= gereduceerde bloemkroon, E= stijl met stamper. Illustratie: Wikipedia

Deze familie is enorm groot en telt over de hele wereld tegen de 25.000 soorten. De familie karakteriseert zich door zogenaamde gereduceerde bloemen. De daadwerkelijke bloemen staan bijeen in bloemhoofdjes, die in hun geheel de indruk geven één bloem te zijn.
In feite is het gele ‘hart’ van de bloem dus een collectie van een groot aantal afzonderlijke bloemen of linten bij elkaar. In de biologie worden dit lintbloemen genoemd.
Op de tekening is te zien hoe een individueel bloemetje is opgebouwd.
De bloemen zijn tweeslachtig, wat niets anders betekend dat ze zowel vrouwelijke als mannelijke voortplantingsorganen hebben, de stamper en de meeldraden.
De plant komt op verschillende eilanden in het Caribisch gebied voor en ook in Zuid Amerika. Een lokale naam op Curaçao is er niet. In botanische databases in het Caribisch gebied wordt het plantje de Prostrate Tropic Daisy genoemd, oftewel vrij vertaald de voorover liggende tropische madelief. Met een omweg toch een madeliefje dus, alleen van de tropen.

Wilde thee

Langs de zandweg over de vlakte zijn nog veel meer verrassingen te vinden voor wie op zoek is naar de kleine schoonheden in het plantenrijk. De Capraria biflora is er zo een. De plant wordt op ons eiland de Tanchi genoemd, maar in het Engels heeft het nog veel sprekendere namen als Goatweed (geitenkruid), of Wild Tea (wilde thee). Het plantje kan onder gunstige omstandigheden 1.5 meter hoog worden, maar die hoogte bereikt het bijna nergens op de vlakte van San Pedro. Vaak vind je het liggend, en groeiend tussen en naast andere planten als wabi’s en indju’s die ook meestal niet al te hoog worden op deze locatie, maar soms is het plantje zelfs alleenstaand. Niet vreemd als je bedekt dat de plant eigenlijk niet zo van schaduw houdt. De plant heeft opvallende frisgroene bladeren die spits toelopen en flink gekarteld zijn aan de randen. De bloempjes staan meestal met z’n tweeën of drieën bijeen in de oksels van de bladeren. Als je geluk hebt vindt je ook de zaad dozen aan de plant die eruit zien als capsules van ongeveer een halve centimeter lang met daarin hele kleine gele zaadjes. De plant komt op alle drie de Benedenwindse eilanden voor, en ook in de Verenigde Staten (Texas en Florida), Midden en Zuid Amerika, het gehele Caribisch gebied en zelfs de Galapagoseilanden.

De plant groeit in allerlei gebieden waaronder in weilanden, langs rotsige kusten en zandstranden. In gebieden waar het veel regent en ook waar het relatief droog is. Op laaggelegen gebieden tot in berglandschappen tot 1000 meter hoogte. Het is zelfs zo wijd verspreid dat wetenschappers er van uit gaan dat het plantje hoogstwaarschijnlijk verstoorde gebieden nodig heeft om zich te kunnen vestigen, gebieden die kaal zijn geschaafd, verbrand of op andere wijzen verstoord.

De tanchi met een bloem.

In principe kan de plant het hele jaar door bloeien, maar op ons eiland zie je toch een sterke relatie met regenachtige perioden. Op de vlakte van San Pedro is dat zeker zo. In de droge tijd is het niet alleen moeilijk om in leven te blijven vanwege het gebrek aan zoet water, maar het stoffige materiaal wat gemakkelijk door de wind en langsrijdend verkeer wordt opgeworpen en verstoven wil de plant weleens zo bedekken dat het eraan bezwijkt.
De zaden van de plant worden in het algemeen door wind en water verspreid, of blijven plakken aan de veren en pels van passerende dieren. Onderzoek in Puerto Rico heeft uitgewezen dat een gram zaad van deze plant een gemiddelde van 42.300 zaden bevat. Of dat voor de planten op ons eiland ook geldt is niet bekend, maar het zal waarschijnlijk ook in deze orde van grootte zijn. Het is daarom maar goed dat lang niet alle zaden die worden geproduceerd ook daadwerkelijk uitgroeien tot planten. Anders zou het eiland al heel snel bedekt zijn met deze plantjes.

Secundaire plant

Doordat de plant het goed doet op verstoorde stukken grond, is het een ideale plant voor het herstel van deze gronden. Niet alleen zorgt het voor de bescherming van de grond, met wortels die de grond vasthouden om erosie te voorkomen en schaduwvorming voor het ontkiemen van andere planten, het geeft ook bescherming aan dieren als insecten en produceert nectar waar vlinders en andere dieren zich te goed aan doen. Daardoor is het ook een aantrekkelijke plant voor degene die graag vlinders in de tuin wil hebben.
De plant is niet te gebruiken als gewone thee, ondanks de naam Wild Tea. Er worden echter in veel landen wel thee getrokken van de bladeren als homeopathisch middel in de vorm van een oogbad, om jeuk op de huid te bestrijden en als algemeen gezondheidsdrankje. Het drankje wordt elders ook gebruikt ter bestrijding van koorts, griep, overgeven, het herstel na bevallingen en andere kwalen. Vanwege de desoriëntatie en verlammingsverschijnselen die het overmatig gebruik van de plant kan veroorzaken moet men daar voorzichtig mee omgaan. Ook op Curaçao wordt het plantje samen met de Kokólode (Heliotropium angiospermum) gebruikt, volgens de website van kruidenvrouw Dinah Veeris.

Michelle da Costa Gomez

About Michelle da Costa Gomez