Het zeilende gevaar

This post is also available in: Engels, Papiamentu.

Portugees oorlogsschip in uitgestrekte glorie

Ieder jaar, gedurende de periode tussen Carnaval en Pasen, in de volksmond bekend staand als de vastentijd (temp’i kuaresma), heeft het windpatroon in onze regio de neiging onregelmatig te worden. Het wat meer naar het zuiden draaien van de richting van waaruit de wind komt zorgt voor bezoek aan ons eiland van een bizar organisme, bezoek waar we vaak niet al te blij mee zijn. Dit organisme hoort thuis onder de orde siphonophora, en dit woord staat voor dieren ‘die holle buizen bezitten’. We hebben het over de Physalia physalis, beter bekend als het Portugese oorlogsschip (Pèchi portugés).

In feite is het Portugese oorlogsschip niet één enkel dier. Biologisch gezien is het een kolonie van organismen die hydroïden worden genoemd, en die op zo’n manier georganiseerd zijn dat ze allemaal een specifieke taak toebedeeld hebben gekregen. Zo zijn er cellen die zich met de voedselvertering bezighouden, cellen die voor de voortplanting zorgen, een cel die de roze-paarse, met gas gevulde, drijfblaas vormt (de ‘holle buis’), en de zogenaamde nematocysten, de gevreesde netelcellen die in lange tentakels onder de drijfblaas hangen. Deze tentakels kunnen ingetrokken worden, maar in uitgerekte stand kunnen ze bij een redelijk uit de kluiten gewassen kolonie wel 30 meter lang worden. En dat maakt het oorlogsschip natuurlijk een gevaar voor zwemmers. De cellen gebruikt de kolonie voor verdediging en het verlammen van prooidieren. Toch is er een vissoort die zich zo heeft aangepast dat ze ongevoelig is geworden voor het gif. De gestreepte oorlogschip-visjes, Nomeus gronovii, leven tussen de tentakels van de Portugese oorlogsschepen en voeden zich met restjes van de door de kolonie gevangen prooien.

Schets van een nematocyst; de opgerolde draad en de trekker-haak zijn zichtbaar.

De op het wateroppervlak drijvende drijfblaas maakt de kolonie gevoelig voor wind, en dat is dus de reden dat bij wat zuidelijke winden we ze langs de zuidkust van onze eilanden tegen kunnen komen, de kust waarlangs de zwemstranden liggen. Normaliter zullen we ze af en toe langs de noordkant tegenkomen. Het is dus niet zo dat ze alleen in de vastentijd in onze buurt zijn.

Een nematocyst, zo’n netelcel, bestaat uit een microscopisch klein zakje met daarin een opgerolde draad eindigend in een naald met weerhaken. Deze cel staat onder spanning. Als een prooidier of een zwemmer tegen het trekker-haakje van de cel aankomt, dan knapt die open en met een flinke snelheid wordt de draad met naald in de richting van het slachtoffer geschoten. Bij contact wordt een potent gif geïnjecteerd. Aanraking van de tentakels van een Portugees oorlogsschip zal tientallen tot honderden cellen activeren, met als gevolg een intense pijn en flinke blaarvorming.

Aangespoeld oorlogsschip, immobiel maar nog steeds gevaarlijk!

Ondanks de kwalijke reputatie van deze bizarre, maar toch ook wel bijzondere kolonie-vormende hydroïden is hun drijvende levensstijl voor strandgasten een voordeel. Ze zijn goed te zien. Het advies is dan ook simpel: mocht je een roze-paars ballonnetje op het wateroppervlak zien drijven, maak dan dat je het water uitkomt. “Better safe than sorry!” Mocht je toch in aanraking komen met de netelcellen, dan is een gang naar de poli aan te bevelen. Overigens, raak een aangespoeld oorlogsschip nooit aan, vooral de draderige massa niet. De netelcellen kunnen dagenlang actief blijven, alhoewel de kolonie zelf er volledig dood en uitgedroogd uit ziet.

Leon Pors

About Leon Pors