Regen brengt leven: regen en de mens op Curacao

This post is also available in: Engels.

Regen, een schaars goed

Zoet water is op Curaçao altijd schaars geweest. Niet alleen zijn er weinig zoet water bronnen, ook regenval is over het algemeen niet om over naar huis te schrijven. De afgelopen paar natte jaren die we tot op heden hebben gehad doen niet vermoeden dat Curaçao verschrikkelijke droge jaren kende in de geschiedenis. Menigeen die langer op het eiland woont dan zes jaar kan zich waarschijnlijk nog wel de dorre tijden herinneren, waarbij alles er zo grauw en grijs uit ziet dat je van het ernstigste uitgaat: het komt nooit meer goed, alles is dood!

Dam van Malpais, een waterrijk gebied.

Curaçao heeft een semi-aride klimaat. Bijna woestijnachtige omstandigheden horen zich hier voor te doen, en daar is de natuur ook aan aangepast. Weinig regen, veel wind en zon, afgewisseld met een regentijd zorgen voor de ‘jaargetijden’ op het eiland, en daarmee de cyclus van voortplanting en een soort ‘winterslaap’ van voornamelijk de planten. Niet alleen de dieren en planten in de natuur staan regelmatig bloot aan dit soort woestijnachtige omstandigheden, de mens had en heeft er ook moeite mee. Als er geen processen waren uitgevonden om zout water om te toveren in zoet water en deze handig door pijpen te laten vloeien hadden er een stuk minder mensen geleefd op dushi Korsou, simpelweg omdat zoet water een limiterende factor zou zijn geweest. Het moet dan ook een moeilijke tijd geweest zijn voordat de waterfabriek werd neergezet, en helemaal als we teruggaan naar de tijd van de eerste mensen op het eiland.

Zoetwaterbronnen

De eerste mensen op het eiland waren indianen, die hoogstwaarschijnlijk in houten kano’s de zee tussen Venezuela en Curaçao zijn overgestoken. Het eerste waar ze naar op zoek zouden zijn gegaan is water, de eerste levensbehoefte van de mens. Curaçao moet er onwelkom hebben uitgezien, met de ervaring van uitgestrekte zoetwaterrivieren en andere reservoirs in Venezuela in het achterhoofd. Het eiland kent een aantal bronnen, waarvan er zich twee bevinden in het natuurgebied Rooi Rincon, een zich bevind bij San Pedro en twee te vinden zijn in het Christoffelpark. Het laat zich raden dat het kleine aantal mensen die er waren zich gingen scharen rond deze locaties, wat ook gebleken is uit archeologisch onderzoek door stichting NAAM.

Islas Inutiles

De komst van de Spanjaarden kondigde het einde aan van de indiaanse bevolking op het eiland. Erg enthousiast waren deze Spanjaarden overigens niet over het eiland. Er was niets te halen aan edelmetalen, en tot overmaat van ramp konden er niet eens plantages worden gesticht door het gebrek aan zoet water voor irrigatie. De naam Islas inutiles, of waardeloze eilanden was snel geboren.
Het is dan ook verbazingwekkend te realiseren hoe vaak ons ‘waardeloze’ eiland van ‘eigenaar’ is veranderd in de periode na 1499.

Rooi Beru in het Christoffelpark is een van de grootste rooien van het eiland. Er zijn door de plantagehouders van dit gebied in het verleden tenminste 3 grote dammen aangelegd die tot op heden terug te vinden zijn in het park, maar niet allen meer werkzaam zijn. In regentijden met forse buien zijn er rivieren en watervallen te zien.

Planten in de droogte

Met de ‘verovering’ van het eiland door de Nederlanders kwamen er ook schepen met hoopvolle mensen uit de Lage landen richting het Caribisch gebied. Ook de opheffing van de Nederlandse kolonie in Brazilië bracht van die kant mensen die van origine Nederlands waren. De uitbreiding van de bevolking bracht ook met zich mee dat er meer voedsel moest komen. Import duurde lang, en verse groenten importeren was praktisch onmogelijk. Het was dus noodzaak om zelf te gaan verbouwen op het dorre droge eiland, waar geen rivieren vloeiden. Men had echter wel door dat er grondwater was op het eiland, en dat als het eens een keer regende, dat in één keer een grote hoeveelheid was.

Dammen

En toen kwam het bekende Nederlandse technische vernuft om het hoekje kijken, om een oplossing te vinden voor dit toch wel essentiële probleem (hoewel we ons eerlijkheidshalve moeten realiseren dat de Spanjaarden veel overlevings-trucjes hadden afgekeken van de Indianen. En de Nederlanders keken natuurlijk weer af van de Spanjaarden). Men kwam erachter dat het regenwater van de heftige regenbuien wel degelijk in rivieren het land afstroomde, in wat we tegenwoordig de rooien noemen. Maar dat dit water even snel weer was verdwenen als dat het was gevallen. Om te voorkomen dat het waardevolle water snel verdween, en daarmee nutteloos werd voor de landbouw besloot men het water af te remmen, en de kans te geven om optimaal de grond in te kunnen sijpelen. Daarvoor werden er dwars in de stroomgebieden blokkades opgeworpen van aarde versterkt met stenen: dammen.

Een Dwergfuut (Least grebe -Tachybaptus dominicus), profiterend van de door de mens aangelegde zoetwater-opvanggebieden.

Het zal een geval van ‘trial and error’ geweest zijn, waardoor ze erachter kwamen dat een dam niet genoeg is om woest kolkend regenwater optimaal af te remmen, en menig eerste poging tot het bouwen van dammen zal dan ook mislukt zijn. Een set van dammen, op redelijk afstand van elkaar gebouwd in dezelfde rooi bereikte wel het gewenste effect, waardoor het water wat bij de eerste dam er gewoon overheen spoelde alsnog een stuk verder werd afgeremd door een tweede of zelfs een derde dam. Het water bleef staan achter de dammen en kreeg de kans om het grondwater in te sijpelen, en dit op peil te houden. Zeer belangrijk als je de gewassen wilt blijven irrigeren, ook in de droge periode. Achter de dammen (stroomafwaarts) konden zo namelijk putten geslagen worden die praktisch het gehele jaar door water bleven leveren. Met de bouw van de dammen en het daardoor tegenhouden van het regenwater zijn er bijzondere plekken gecreëerd op het eiland, waar er zich achter de dammen een heus zoetwatermeer vormde. Dat is nog steeds te zien in de dammen van onder andere Muizenberg en Malpais. Wat de toen levende dammen-bouwers echter waarschijnlijk nooit hadden vermoed, is dat dezelfde dammen die ze hebben gebouwd om aan landbouw te kunnen doen en daarmee te overleven, nu zoetwater natuurgebieden zijn waar vooral vogelliefhebbers van gaan kwijlen. Het was oorspronkelijk niet de bedoeling, maar de natuur heeft er nu veel baat bij!

Michelle da Costa Gomez

About Michelle da Costa Gomez