2011 Internationaal jaar van de bossen – De bomen van onze lokale bossen

This post is also available in: Engels.

Na de hele serie over bossen waarin verschillende lokale boomsoorten naar voren zijn gekomen leek het ons een mooie afsluiter van deze serie om een aantal artikelen te wijden aan specifieke planten en bomen op het eiland. Van de opvallende en bekende tot de weinig opvallende en de grotendeels onbekende.

Een Barika Hel op een Palu Santu. De hartvormige bladeren zijn duidelijk te zien.

De Palu Santu (Thespesia populnea)

De Palu Santu is een bekende boom aan het strand. Wie een trouwe bezoeker is van Daaibooibaai of de voormalige Hook’s Hut heeft deze boom bewust of onbewust goed kunnen zien. De boom kan behoorlijk groot worden en heeft grote donkergroene bladeren die een opvallende hartvorm hebben. Met het dichte bladerdak geeft de boom veel schaduw wat op een strand natuurlijk zeer welkom is. De relatief grote witgele bloemen met diep paars binnenwerk zijn opvallend en ook de vruchten, een soort knolletjes die bruin worden, zijn goed te zien. De boom kan goed tegen zout water en groeit goed aan de kust. Wie een huis heeft aan de kust en moeite heeft met het vinden van lokale planten voor in de tuin, die goed tegen de zoute lucht kunnen vindt in deze boom een ideale plant.  Mocht je op het strand een klein plantje vinden van deze soort die net is ontkiemd dan kun je het makkelijk uitgraven en in een cup mee naar huis nemen en verder opkweken in een pot. De zaden zijn makkelijk zelf op te kweken.
Het hout van de boom wordt in Zuid Amerika wel gebruikt voor het maken van meubels, ondanks het feit dat er relatief weinig hout van een boom komt. De kleur van het hout is rozerood. De bast van de boom is zeer vezelachtig en schijnt wel eens gebruikt te worden om touwen te maken. Het is onbekend of dat op Curaçao ook het geval was.

De Watapana shimaron met bloemen

De Watapana Shimaron (Acacia glauca)

De Watapana shimaron lijkt zoveel op de de echte Watapana of Dividivi dat de plant in de volksmond praktisch dezelfde naam heeft gekregen met de toevoeging shimaron erachter om toch aan te geven dat het niet om dezelfde plant gaat. De watapana shimaron blijft redelijk klein en heeft net als de dividivi zogenaamde geveerde bladeren. Een andere naam voor dit soort bladeren is samengestelde bladeren. In feite is het een blad bestaande uit een grote hoeveelheid kleine blaadjes die als een soort veer gerangschikt zijn. Een prachtige aanpassing aan het moeilijke klimaat, waar veel zon en warmte een groot aaneengesloten blad gauw zou uitdrogen of verbranden. Je ziet dan ook vaak dat de plant de blaadjes ‘sluit’ op hele warme momenten. Deze plant wordt niet veel groter dan een struik. De bloemen zijn witgeel van kleur en staan in bolletjes die er pluizig uitzien. De bollen staan samen in trossen. Het meest herkenbare aan de plant is de roodbruine kleur van de takjes. Ook de platte zaden hebben deze roodbruine kleur als ze eenmaal droog zijn. Vanwege de bloemen en de kleurige zaden is deze plant een aanwinst in de tuin. Met een beetje water is de bloeitijd lang te rekken.

De glanzend cremekleurige vruchten van de Karawara.

De Karawara di mondi (Cordia dentata)

Weinig mensen zien deze boom als waardevol en in menige tuin worden ze weggehaald. Dat is heel jammer als je bedenkt dat deze boom enorm droogte resistent is en goed kan gedijen op winderige plekken. Al in het boek van Frater Arnoldo Broeders getiteld ‘Handleiding tot het gebruik van inheemse en ingevoerde planten en bomen op Aruba, Curaçao en Bonaire’ uit 1967 maakte hij melding van het feit dat deze boom goed geschikt is voor het herbeplanten van kaalgeslagen stukken grond vanwege deze droogte resistentie en tevens het feit dat het op alle grondsoorten groeit. In tuinen waar de boom een beetje water krijgt blijft het praktisch het hele jaar door groen en krijgt het meerdere keren per jaar bloemen die in grote creme kleurige trossen bij elkaar hangen. De grote donkergroene bladeren voelen grof aan en kunnen soms jeuk veroorzaken.

De vruchten, ronde crèmekleurige glanzende bessen met een slijmerig en kleverig zoet vruchtvlees, die eetbaar zijn, werden in het verleden in water gegooid om het water vers te laten smaken. Volgens Arnoldo heeft de vrucht, bij teveel eten, een enigszins bedwelmende werking, een feit wat onderstreept lijkt te worden door de persoonlijke observatie dat Ala blanka’s, die iets te enthousiast van de vruchten eten, over het algemeen enigszins onstabiel op de poten staan. De sappen van de vruchten schijnen gebruikt te zijn op andere eilanden voor het dichtplakken van sigaren. Ook nu nog wordt lokaal het slijmerige vruchtvlees gebruikt door mensen met een ‘rasta’ kapsel. Het haar gaat er beter van klitten en het schijnt insecten te weren.

Het is een ‘dankbare’ boom die snel groeit en met geregeld snoeien een volle kroon met bladeren krijgt. Binnen de kortste keren is de boom uitgegroeid tot een heel biologisch systeem op zichzelf en zit vol met allerlei diersoorten. Badjaga’s of grote rode mieren met zwarte koppen willen weleens een schimmeltuintje kweken op de bladeren wat ze geregeld onderhouden. De schimmel dient weer als voedsel voor de mieren. Dezelfde mieren zijn weer een welkome aanvulling op het dieet van Kaku’s of anolissen. Dat zijn kleine boomhagedissen die provocerend met hun felgekleurde keelhuid zwaaien bij het gevoel dat hun territorium wordt bedreigd. De bloemen worden druk bezocht door bijen en veel verschillende soorten vlinders. De slijmerige vruchten worden niet alleen gegeten door vogels, maar zijn ook een lekkernij voor vleermuizen die ‘s avonds met ronddraaiende vliegbewegingen de vruchten van de takje af proberen te trekken. Vanwege de kleverigheid blijven de dieren op een beschutte plek hangen om hun bek schoon te maken waarna je vaak wat hoopjes vleermuizenpoep terug vindt, al dan niet met zaden van de Karawara er in.

Als afsluiting een oproep. De bovenstaande bomen zij slechts enkele van het scala aan lokale bomen die het prima doen in de tuin. De voordelen van het aanplanten van lokale bomen zijn legio: weinig tot geen onderhoud, en het zijn belangrijke schakels in de lokale ecologie. Nog makkelijker is de vanzelf opkomende spruiten (bijvoorbeeld afkomstig van zaad uit de vleermuizenpoepjes) gewoon hun gang te laten gaan. Help dus de natuur en uw tuin een handje. Geef lokale bomen een kans!

Michelle da Costa Gomez

About Michelle da Costa Gomez