2011 Internationaal jaar van de bossen – Help lokale bomen en bossen!

This post is also available in: Engels.

Een Kibrahacha in de regentijd. De zee van gele bloemen is binnen 3 dagen uitgebloeid. In die drie dagen wordt de boom bezocht door duizenden vlinders, motten, bijen, kolibries en ander vogels die een handje helpen bij de voortplanting.

Het is makkelijk om met het ophalen van de schouders een andere kant op te kijken of streng te kijken naar alleen de natuur en milieu organisaties als het weer eens mis gaat met de natuur en het milieu. Vaak is het onwetendheid of een gevoel van machteloosheid die ons aan de zijlijn doet staan terwijl we met lede ogen aanzien hoe de overheid ‘over the top’ plannen maakt voor natuurgebieden, of als het nieuws binnenkomt dat een zoveelste dier of plantensoort op de wereld is uitgestorven. Toegeven, het is praktisch onmogelijk om voor een ver van je bed land een verandering teweeg te brengen, en behalve het storten van een donatie voor een aantrekkelijk project zal dat dan ook slechts in zeldzame gevallen gebeuren.

Wat wel kan is betrokken raken bij de bescherming en het behoud van je eigen natuur in het land of op het eiland waar je woont, leeft en werkt. Op je qui-vive zijn voor de ontwikkelingen om je heen, je aansluiten bij een organisatie die voorvechter is van de natuur en het milieu, zelf rekening houden met je omgeving zijn allemaal acties die ondernomen kunnen worden. Brieven schrijven aan de overheid, meelopen of het zelf organiseren van acties gaat nog wat verder. Het makkelijkste wat je kunt doen, waarvoor je je nergens bij aan hoeft te sluiten en geen letter voor hoeft te schrijven, is zelf actief in je directe omgeving rekening houden met de natuur en het milieu. En aangezien deze serie over bomen en bossen gaat zal ik een aantal concrete voorbeelden noemen.

Kijk eens om je heen

Het meest simpele wat je kunt doen is kijken. Observeer om je heen, thuis of in de wijk en noteer voor jezelf binnen welke tuinen, pleinen, en de ‘landscaping’ van hotels en bedrijven gebruik gemaakt wordt van lokale bomen en planten. Het zijn er niet veel. Bij elk nieuw verkavelingsplan wordt als eerste de zogenaamde ‘shushi’ weg geschraapt met een loader en staat de grond vervolgens maanden zo niet jaren te koken onder de hete zon. Vaak wordt de smoes gebruikt dat lokale bomen niet geschikt zouden zijn voor tuinen en ‘landscaping’. Dat is dus pertinente onzin.

Plant een lokale boom!

Bomen en planten van het eiland zelf zijn naadloos aangepast aan de hier heersende klimaatomstandigheden. Veel zon, hoge temperaturen, veel wind en weinig regen. Dat betekent dat ze ‘low maintenance’ zijn en met weinig moeite in leven te houden. De meeste van deze planten blijven ‘fluitend’ groen als ze regelmatig een klokje water krijgen. Ook het argument dat ze langzaam zouden groeien is onzin te noemen. Ze groeien langzaam in de natuur waar ze totaal afhankelijk zijn van elke druppel regen die er valt, maar in een tuin waar tenminste eenmaal per week de sproeier aangaat groeien ze een stuk harder. Een Wayacá in een tuin op een kalk klip heb ik in 2,5 jaar tijd zien uitgroeien tot een boompje van 2 meter hoog, compleet met bloemen en zaden. Kaal worden is ook geen smoes. Elke boom verliest blaadjes. Dat is normaal. Een lokale boom wordt kaal als het droog wordt en er dus niet genoeg vocht is om kostbare nieuwe blaadjes te produceren. Geef de boom water en er zullen nieuwe blaadjes blijven komen.

De Brasia wordt vaak Kibrahacha genoemd maar is een geheel andere boom.

Keuze genoeg

Er zijn genoeg lokale planten en bomen om voor te kiezen. De Kibrahacha (Tabebuia billbergii) met zijn prachtige gele bloemen in de regentijd is daar een van. Maar ook de Brasia (Haematoxylon brasiletto) die vaak verward wordt met de Kibrahacha is een dankbare boom, die met zijn grillige stam ook nog een een extra esthetische aspect aanbrengt in de tuin en veel vogels aantrekt wanneer die bloeit, waaronder kolibries. De al vaak genoemde Wayacá (Guaiacum officinale) is helemaal de moeite waard. Chuchubi’s (Mimus gilvus) zijn gek op de rode zaden van deze boom. In de maag van de vogel wordt het rode laagje eraf verteerd en het zwarte zaad wordt uitgepoept. Pas dan kan het ontkiemen. Heb je Chuchubi’s in de tuin dan is het bijna zeker dat je op gegeven moment een kleine Wayacá uit de grond ziet komen. Wil je het op een andere plek hebben dan moet je het plantje snel uitgraven en planten op de plek waar je het wil hebben. De plant investeert namelijk als eerste in een lange wortel die op zoek gaat naar water. Wanneer dit geconsolideerd is gaat het pas investeren in de rest van de plant. Met bewateren bespoedig je dit proces. Het mooie van de Wayacá is dat de plant het gehele jaar door groen blijft en daarbij ook zeer weinig water nodig heeft. En dat is nu precies het punt. Weinig kosten, veel plezier en ook nog een lokale plant in de tuin.

De Watakeli met witte bloemen.

Ook de Watakeli (Bourreria succulenta) is een dankbare plant. De dikke glanzende bladeren, trossen oranje bessen en heerlijk ruikende witte bloemen zijn prachtig om te zien. Hierdoor is dit de meest gebruikte lokale boom in ‘landscaping’. Echter, ook deze zaden zijn niet makkelijk te planten. Ze moeten eerst door het darmstelsel van bijvoorbeeld een Naaktoogduif (oftewel een Ala Blanca – Patagioenas corensis) zijn gegaan om te kunnen ontkiemen.

En natuurlijk een cactus!

De meest makkelijke boom om te planten in de tuin is een zuilcactus. ‘Armen’ van de Kadushi (Subpilocereus repandus), Datu (Ritterocereus griseus) of Kadushi di Pushi (Pilosocereus lanuginosus) kun je horizontaal neerleggen op de grond, op plaatsen waar niet teveel direct zonlicht is, of verticaal in de grond steken. Er zullen worteltjes aan gaan groeien waarna er nieuwe takken zullen ontstaan. Met het planten van een van deze zuilcactussen help je zeker mee aan natuurbescherming op het eiland. Elke zuilcactus minder betekent namelijk minder voedsel in de droge tijd voor reptielen, zoogdieren en vogels daar deze planten praktisch de enige zijn die in de droge tijd bloeien en vruchten dragen, dankzij de vleermuizen. Als elke tuin op Curaçao tenminste een zuilcactus bevat zou dat een goede bijdrage kunnen leveren. Wat natuurlijk niet betekent dat we alle cactussen in de mondi maar weg moeten kappen. Maar daar kunnen we weer actie tegen voeren.

Michelle da Costa Gomez

About Michelle da Costa Gomez