2011 Internationaal jaar van de bossen – Bomen in de geschiedenis op Curacao

This post is also available in: Engels.

De stam van een Brasiaboom, grillig gevormd om winden te weerstaan en effectief om te gaan met de schaarse voedingsbodem.

Geen eilandbewoners zonder bomen

Onze geschiedenis staat stijf van de bomen. Zonder bomen was het allemaal überhaupt anders gelopen op de wereld, want zonder het hout dat bomen leverden aan vaartuigenbouwers waren de indianen nooit komen over roeien naar onze eilanden en waren de grote zeilschepen van de Armada van de Spanjaarden nooit de oceaan overgestoken in hun zoektocht naar een andere route naar het rijke Indië. Die veredelde bomen brachten mensen met zich mee die de ‘andere kant’ van de wereld ‘ontdekten’ en tot Spaans territorium ‘bombardeerden’. Wat ze op de eilanden aantroffen was een klein groepje inboorlingen die tot op dat moment probeerden te overleven op het aanbod aan vis en schaaldieren, meegebrachte dieren als konijnen en het schaarse zoete water wat er te vinden was. Curaçao was bij de eerste betreding van de Spanjaarden hoogst waarschijnlijk nog redelijk bebost. Maar toen de Westerling eenmaal vaste voet aan wal had gezet, of het nu de Spanjaarden, Engelsen of Nederlanders waren, was het met de bebossing snel gedaan. Omdat men geen bekende boomsoorten aantrof waar men mee aan de slag kon werd er met ‘trial and error’ technieken kennis opgedaan over de eigenschappen van de lokale boomsoorten en waar ze voor konden worden ingezet. Het bleef een klus, aangezien door het moeilijke klimaat van veel zon, veel wind en weinig water de bomen die er groeiden vaak klein bleven en grillig gevormd waren.

Gebruik van de inheemse bomen

Als we nu terug kijken naar het gebruik van de inheemse bomen van het eiland in zaken als woning- en scheepsbouw, kalkbranderijen, het bereiden van voedsel, als voedselbronnen en bronnen voor noodzakelijke accessoires en werktuigen, landbouw en veeteelt en andere zaken dan wordt duidelijk dat het slechts 444 km2 tellende eiland goed is afgestruind op zoek naar nuttige boomsoorten.

De Wayaca

Een mooi voorbeeld van zo’n boom is de Wayaca (Guaiacum officinale). De naam van de boom schijnt een Indiaanse naam te zijn die is blijven hangen in onze huidige taal. Ook wel bekend als de puzzelboom onder de kinderen, omdat de bast lijkt te bestaan uit een grote hoeveelheid puzzelstukjes. Het hout van deze boom, die zeer langzaam groeit, is keihard en zwaar. Er worden wel verhalen verteld dat dit de boom zou zijn waar Jezus onder in slaap is gevallen waardoor het altijd groen blijft, ook in zeer droge tijden. Vanwege de sterkte van het hout werd dit intensief gebruikt voor het bouwen van schepen, en specifiek de kiel. Ook zou het ingezet zijn in de bouw van dakspanten van landhuizen en in de spaken van wielen. Ook mangrovebomen werden overigens als dakspanten gebruikt.

Historische foto van een kalk-oven op de plantage Savonet. Uit de collectie van H. Maduro-Molhuysen.

De Manzaliñaboom

De Manzaliñaboom (Hippomane mancinella), met zijn giftige appeltjes en melk, was een geliefde boom bij het zogenaamde kalkbranden. Daarbij werden grote hoeveelheden kalksteen en Manziliña hout verzameld waar men een in een cirkel een lagensysteem van maakte van om en om kalk en hout. Het hout werd in brand gestoken, en bleef door zijn eigenschappen lang na smeulen met hoge temperaturen waardoor de kalkstenen uit elkaar vielen en men ongebluste kalk verkreeg wat samen met aloë werd ingezet, na het blussen, om dakpannen aan de onderkant mee af te smeren of muren te pleisteren. Een soort cement dus.

De Indjuboom

De Indjuboom (Prosopis juliflora) was, en is nog steeds, een geliefde boom om houtskool van te maken. De boom is nauw verwant aan het bekende Mesquite. In het Engels heeft de boom dan ook de naam Mesquite. De eigenschappen van het hout zorgen ervoor dat de kolen lang blijven smeulen, wat natuurlijk zeer handig is als je een pan stobá moet maken wat een paar uur moet sudderen. Het aroma van het hout is wat het echt populair maakt in vooral de Verenigde Staten. De rooksmaak die het achterlaat in steaks en andere vleessoorten is enorm geliefd en wordt alom geprezen. De Indju wordt ook nu nog veel tot kolen gebrand op het eiland. Als je op de weg naar Banda Bou rijdt in het weekend en vanuit een achtertuin gecontroleerde rookwolken ziet opstijgen dan is de kans groot dat daar kolen worden gemaakt.

Peulen van de Dividiviboom. Deze werden ingezet voor het looien van leer op de verschillende plantages.

Voedsel

Ook voor de voedselvoorziening waren bomen geliefd. De Shimaruku (Malpighia emarginata), of West Indische kers, leverde mooie rode vruchten vol vitamines. Maar ook bomen als de Dushi Kabei (Maclura tinctoria) en de Kayuda (Annona glabra) zorgden met hun vruchten voor een aanvulling op het dieet terwijl de peulen van de Indju, die ook eetbaar zijn, voornamelijk werden gebruikt om het vee mee te voeren, dat met de allochtonen was meegekomen. De vruchten van de Kalbasboom (Crescentia cujete) waren op hun beurt handig als drinkbekers, eetkommen en waterscheppers.

Verf

De Brasia (Haematoxylon brasiletto), die vaak wordt verward met de Kibrahacha (Tabebuia billbergii), werd door de Nederlands in grote getale omgehakt en verscheept naar de vrouwengevangenis in Amsterdam waar het hout werd geraspt in een poging om er rode verfstof uit de halen. Ook de Indju bonen werden gebruikt voor het winnen van verfstoffen, in dit geval in de kleur geel. Een andere boom waarvan bepaalde delen economisch kon worden ingezet was de Dividivi (Caesalpinia coriaria), waarvan de peulen goed gebruikt konden worden voor het looien van leer.

Bloemen van de Tamarindeboom. De vruchten zijn rijk aan vitamines en vormden een goede aanvulling op het redelijk fruit- en groentearme dieet van de inwoners van het eiland in het verleden.

Import

Veel boomsoorten werden geïmporteerd en uitgezet op het eiland in een poging om de producten te diversificeren. Een voorbeeld daarvan is de Tamarindeboom (Tamarindus indica), de Mangoboom (Mangifera indica) en veel andere vruchtbomen. Sommige van deze soorten konden zich goed handhaven in de ruige natuur met moeilijke omstandigheden, een reden waarom je de Tamarindeboom bijvoorbeeld regelmatig in de mondi aantreft, alhoewel vaak in de omgeving van voormalige plantages. Datzelfde is het geval met de Kapokboom (Ceiba pentandra), waarvan het oudste en grootste exemplaar op het eiland is te vinden in Hofi Pastor. De vruchten van deze boomsoort barsten open en produceren grote hoeveelheden kapok, een soort watten die werden ingezet voor het vullen van kussens en als verpakkingsmateriaal.

Mahok

Misschien wel de meest bekende en zeer zeker meest gewaardeerde boom is de Mahokboom (Swietenia mahagoni). De mooie kleur van het hout en de duurzaamheid ervan zien we dan ook vaak terug in antieke meubelen. Ook nu nog is de boom geliefd en worden oude hofjes met grote Mahokbomen soms geplunderd. Met het hout worden dan moderne meubels gemaakt, of sierstukken en beelden voor aan de muur.

Bomen hebben ons gevormd!

Het is duidelijk dat bomen een onvervangbare rol hebben gespeeld in de geschiedenis, maar dat ze ook nu nog onlosmakelijk deel zijn van onze cultuur, gewoonten en dagelijks leven. Zonder bomen waren we nooit geworden wie we nu zijn.

Michelle da Costa Gomez

About Michelle da Costa Gomez

Leave A Comment...

*

*